31 atleten, verdeeld over 19 jongens en 12 meisjes, vertrokken samen met 13 coaches en 3 kines dinsdag onder leiding van delegatieleider Gery Follens en teamleader Stéphanie Noel naar het Italiaanse Grosseto, waar donderdag het 24ste EK-juniores begint.

Grosseto kwam ook in 2001 al aan de beurt. Toen haalde ons land er twee titels. Dat gebeurde ook in 1979 in Bydgoszcz, 1987 in Birmingham en bij de drie recente edities. In 2015 scoorde ons land bij deze titelstrijd met 2 gouden, 2 zilveren, 1 bronzen medaille en 8 bijkomende top 8 plaatsen, zelfs haar beste resultaat ooit. Deze keer reisden nog 6 atleten meer af, maar lijkt een beter resultaat niet vanzelfsprekend. Op papier toch: 8 landgenoten, waarvan liefst 3 scholieren, horen op basis van hun PR in de entry lists tot de continentale top 8.

Jonathan Sacoor/OEH voert met 46”21 in de 400m als enige Belg een nummer aan. Justine Tinck/AVLO kan bij onze vrouwen de beste referentie voorleggen. Zij staat in de 1500m als 3de met 4’13”61 achter haar naam. Elise Lasser/VITA (400m, 5de in 53”24), Tuur Bras/OEH (110m horden,  6de in 13”61), Elise Vanderelst/MOHA (800m, 7de in 2’05”05), Tim Van De Velde/DUFF (1500m, 7de in 3’44”21), Dries De Smet/LEBB (1500m, 8ste in 3’44”23) en Thomas Carmoy/CRAC (hoogspringen, 8ste met 2m18), maken in hun discipline ook deel uit van de top. Dat zegt niet alles. Vergelijk met het recente EKu23: Hanne Maudens/VS werd naar voor geschoven als titelkandidate van de zevenkamp, maar viel ziek uit. Rénée Eykens/KAPE en Ben Broeders/DCLA, die helemaal niet als titelfavoriet van start gingen, haalden wel goud.

Een aantal atleten schreven zich bovendien in voor meer dan één afstandsnummer. Noorse scholier Jakob Ingebrigtsen meldde zich naast de 1500m ook aan voor de 3000m steeple (discipline waarvan hij in de Kortrijkse Guldensporenmeeting Europees recordhouder werd) en de 5000m. Zwitserse Delia Sclabas schreef zich net als Britse Jemma Reekie in voor de 1500m en de 3000m. Zelfs zij kunnen dat niet allemaal tot een even goed einde brengen. Er treden bovendien drie Belgische aflossingsploegen aan, waarvan veel mag verwacht worden van het mannenviertal 4x400m. Maar wat geldt voor de grootste sportwedstrijden ter wereld, is zeker van toepassing op junioreskampioenschappen: records en plaatsen zeggen lang niet alles.  

Al van bij de eerste Europese junioreskampioenschappen, september 1970 in Parijs, pakte Herman Mignon een gouden medaille voor ons land. De Geraardsbergenaar liep pas als tweede over de 3000m-eindstreep, maar zijn Duitse opponent had onze landgenoot in de laatste rechte lijn mee ‘op wandel genomen’ in een stijl waarop de sprinters van de Tour de France jaloers kunnen zijn. Herman zou later nog twee Olympische 1500m-finales betwisten, net als kwartmijler Fons Brydenbach overigens, die in 1973 in Duisburg tekende voor de tweede Europese titel.

Nadien volgden nog elf bijkomende gouden medailles waarvan Betty Vansteenbroek (1981), Eline Berings (2005), Thomas Van Der Plaetsen (2009) en Nafi Thiam (2013) ook later nog senioresgeschiedenis schreven.
Dergelijke junioreskampioenschappen zijn echter ‘maar’ een indicator, en zeggen niet alles over de latere slaagkansen. Zo stonden Olympische finalisten als Ivo Van Damme (4de in 1973), Kim Gevaert (5de in 1997, 6de in 1995), Michel Zimmermann (6de in 1979) en Patrick Stevens (6de en 7de in 1987) nooit op een Europees juniorespodium, haalde Tia Hellebaut er nooit een top 8-plaats en kon William Van Dijck zich niet kwalificeren voor dit toernooi.

Wij hebben alle info van deze Europese junioreskampioenschappen samengebald via deze pagina.

Auteur: Hans VANBESIEN
Publicatiedatum: 19/07/2017
Locatie: Grosseto