03/05

Maarten Thysen en het medisch team stuwen onze atleten richting excellentie

belgaimage-33282903

Maarten Thyssen

In topsport is medische omkadering een essentieel stukje van de puzzel. Onze eliteatleten kunnen rekenen op de steun van een uitgebreid medisch team. Maarten Thysen geeft in dit interview een interessante inkijk van de werking.

Wat is het doel van de aanwezigheid van het medische team op maandag, woensdag en vrijdag tijdens de elitetrainingen van de Vlaamse Atletieliga?

Op de centrale werkingsdagen hebben we als medisch team de kans om zowel de atleet als de coach van dichtbij te ondersteunen, maar ook met andere betrokkenen bij het proces, zoals de medewerkers van de federatie, in gesprek te gaan en te weten wat er speelt. Als medisch team is de gezondheid van de atleet prioriteit en is het doel  om klachten of letsels te voorkomen of onmiddellijk een impact kunnen hebben bij een letsel. Bij letselpreventie screenen we de atleet of voorzien we de atleten van specifieke oefeningen. De zwakke schakels willen op die manier op maat aanpakken. Een ander aspect van letstelpreventie is informeren, zowel van de atleten als de coaches, van de nieuwste ontwikkelingen in de wetenschap. Op de centrale werkingsdagen kan de atleet meteen bij ons terecht mocht er iets spelen. We kunnen dan direct inspelen, hetzij via het aanpassen van oefeningen of bvb. manuele therapie.

Veel atleten en coaches werkten voordien, en nu nog steeds, met een vaste dokter of kinesitherapeut. Hoe werd jullie inbreng ontvangen?

De meeste atleten en coaches hebben zich inderdaad omringd met een eigen medisch team, verspreid over heel Vlaanderen. De grote uitdaging om de atleet zo snel en zo goed mogelijk te ondersteunen is een eenduidige communicatie te voorzien aan de atleet en de verschillende betrokken begeleiders. Hier is onze bedoeling om de neuzen in dezelfde richting te laten wijzen, zodat iedereen weet waar we naartoe willen. We gaan voor goud op kampioenschappen, dus het is belangrijk om alle input voor een bepaalde atleet te stroomlijnen om het beste in die atleet naar boven te brengen. Een eenduidige missie snel performante hulp bieden en twijfels wegnemen, dat willen wij bereiken met onze aanwezigheid op verschillende dagen in Gent.

Hoe gaat dat in zijn werk?

Een concreet voorbeeld, vandaag heeft een bepaalde atleet haar voet omgeslagen. Wij nemen meteen contact op met de behandelende arts van de betrokken atleet. Op die manier willen we sneller op de bal spelen en meteen alles goed afstemmen op elkaar. Geblesseerde atleten nemen wij ook op sleeptouw in de krachtzaal of op de piste om hen zo weinig mogelijk loadvermindering te laten ervaren en de conditie en kracht te onderhouden. Dat bespreken we ook met de trainers, wat kan in bepaalde fases van het herstel zodat de atleet zo veel als mogelijk geïntegreerd blijf in de trainersgroep.

Hoe heb je deze werking opgezet?

Er zijn een aantal nieuwe fysio’s bijgekomen, wat nodig was om deze centrale werking te kunnen opzetten en continuïteit te kunnen bieden. Wij moeten ook sterker worden en dat doen we door elkaar input en feedback te geven.

Met goedkeuring van Rutger en onder supervisie van bondsarts Dr Roel Parys hebben we een online platform ontwikkeld om alle info per atleet te centraliseren. Dit verzekert dat alle collega’s kine en artsen op de hoogte zijn van de status per atleet en maakt het mogelijk om de atleet van de beste opvolging te voorzien. Tevens wordt er door de KULeuven onderzoek gedaan op basis van de data die binnenstromen op dit vernieuwende platform  om te bestuderen hoe nog beter letsels zoals bvb hamstringscheuren in de toekomst te voorkomen.

Op welke manier pak je die individuele begeleiding aan?

Als wij een week niet aanwezig zijn, wegens een kampioenschap of een stage, moet de opvolging verzekerd zijn. Daarom is goede connectie met de behandelende kiné van de atleet thuis zo belangrijk. Wij maken per atleet een dossier op en centraliseren alle info. Op die manier staan we in korte connectie met het thuisfront en wisselen we constant informatie over de atleet uit, zodat we niets missen in het proces. Intussen leren de atleten en coaches ons als kiné en onze werking steeds beter kennen. En dat heeft grote voordelen als we op stage gaan, want daar zetten we onze werking gewoon verder en hoeft de atleet niet bij een andere kiné langs te gaan. We zorgen op die manier voor een constante opvolging.

Jullie begeleiding ook jonge, beloftevolle atleten. In welke manier verschilt die begeleiding met die van volwassen topatleten?

In dat geval spreken we van ontwikkelingsprogramma’s. Onze rol is daarbij lichtjes anders dan bij de eliteatleten, die een prestatieprogramma volgen. Want die oudere atleten hebben veel meer ervaring en kennen hun eigen lichaam ook veel beter. Als zij last hebben, kunnen ze vrij goed inschatten of dat ernstig is of niet. Het is de bedoeling dat atleten zo autonoom mogelijk werken. De jonge atleten moeten we daarin begeleiden en op weg helpen. Als ze last hebben, moeten wij hen duidelijk informeren en als nodig op basis van een diagnose door de arts een behandelingstraject of revalidatie opstarten. De jongere atleten worden meer geholpen, terwijl een eliteatleet meer wordt gecoacht en bijgestuurd. We gaan de oefeningen finetunen, terwijl we voor jongere atleten starten met de basics. Dus het vraagt weldegelijk een verschillende aanpak.

Atletiek kent veel verschillende disciplines, met elk hun eigenheid. Maakt dat het net interessant als kiné?

De uitdaging die erbij komt kijken, maakt dat we steeds mee moeten zijn met de laatste, nieuwe technieken en wetenschappelijke evoluties Het is een veeleisende sport, zowel voor de atleten als de medische omkadering. Maar net als een atleet wil excelleren, willen wij ook excelleren op het hoogste niveau. Atletiek is inderdaad een uitdagende sport, want het kan zowel gaan over een schouderletsel bij een werpen of een achillesletsel bij een sprinter. Deze gecentraliseerde dagen bieden daarom net zo een grote meerwaarde, want elke collega legt zijn eigen ervaring op tafel en dat helpt het volledige team in het maken van een diagnose en de opvolging.

Herken jij in het werken met atleten een verschil in topsportmentaliteit?

Hoe jonger atleten zijn, hoe moeilijker het is om dat in te schatten. Levenservaring speelt ook een belangrijk rol. Maar je kan engagement en commitment wel degelijk erkennen op jongere leeftijd. De werkattitude zegt al veel over een atleet, vooral de mentaliteit waarop atleten omgaan met trainingen of letsel. Hoe goed ze hun afspraken opvolgen, is ook een goede indicatie. We streven ook naar excellentie en niet naar perfectie, want dat is in theorie eindig. Wij blijven streven naar het hoogste en zijn ambitieus. Je mag als atleet uiteraard positief ontevreden zijn, ambitieus zijn zeg maar. Je wil altijd beter worden en constant blijven leren , want de sport ontwikkelt zich enorm snel. Denk maar aan de superspikes, waar wij als medisch team onze strategie ook op moeten aanpassen. Perfectie is daarom moeilijk haalbaar. Atletiek als topsport blijft constant in verandering en ontwikkelt zich steeds verder , wat ons beroep en het samenwerken in team rond de atleet zo erg boeiend houdt.